Ook de prehistorische huidskleur is een twistappel tussen wetenschap en politieke correctheid geworden
Artikel beluisteren
‘En ik vind het ook wel eens leuk dat we gekleurde mensen in de geschiedenis tegenkomen. Het geeft een beter beeld van vroeger,’ zei de in gezichtsreconstructies gespecialiseerde fysisch antropoloog Maja d’Hollosy in juni 2024 tegen de NOS. Aanleiding was haar make-over van de befaamde Swifterbantman voor Museum Batavialand (Lelystad).
Het skelet van deze man, die tussen de 25 en 45 jaar oud werd, is in 1966 ontdekt in een grafveld bij Swifterbant. Hij leefde in de overgangstijd van jagers en verzamelaars naar landbouwers, ergens tussen 5300 en 3400 v.Chr. in het huidige Flevoland. D’Hollosy gaf haar eigen, eerdere reconstructie van deze voorzaat een donkerder huidskleur en donker haar; de eerste versie was voorzien van donkerblond haar, blauwe ogen en een lichte huidskleur.
Consensus
De ‘bekering’ van de Swifterbantman is niet uniek; ook de dragers van de navolgende Trechterbekercultuur (TRB), de hunebedbouwers (ca. 3400-2900 v.Chr.) hebben recentelijk een getinte tot donkere huidskleur gekregen. ‘De hunebedbouwers krijgen een kleurtje,’ meldde het Hunebedcentrum in Borger (Drenthe).
Immers, volgens de huidige consensus waren deze vroege landbouwers verwant aan populaties uit Anatolië in het huidige Turkije. De kenmerkende blankheid van de latere West-Europeanen zou vooral te danken zijn aan latere migratiegolven van Euraziatische steppeculturen omstreeks 2900–2500 v.Chr., die genetisch verwant waren aan de Yamnaya-cultuur uit het huidige Oekraïne en Zuid-Rusland.
Deze omslag in de opvattingen, juist plaatsvindend in het huidige tijdperk van woke en antiwesterse c.q. anti-blanke tendensen bij trendy links, wekt bij de scepticus terecht argwaan, hoewel de wetenschappelijke basis vrij solide lijkt. Het heeft allemaal te maken met de zogeheten Ancient DNA Revolution. Die kwam op gang, nadat het in 1989 voor het eerst lukte om DNA uit oude botten (aDNA) te halen en massaal te vermenigvuldigen.
Na 2010 volgde een lawine van ontdekkingen dankzij de Next Generation Sequencing (NGS), een techniek waarmee computers miljoenen DNA-snippers tegelijkertijd en razendsnel kunnen lezen. De veranderde opvattingen over het uiterlijk van onze prehistorische voorgangers danken we aan grootschalig internationaal genetisch onderzoek dat nu mogelijk was geworden, en waarin analyse plaatsvond van specifieke genetische varianten die verantwoordelijk zijn voor de aanmaak van pigment.
Dieet
Behalve migratie, die het verklaringsmodel van ‘diffusie’ (overname van cultuurelementen door zittende bevolkingen) grotendeels verdrongen lijkt te hebben, circuleren er parallelle verklaringen van de prehistorische ‘kleuromslag’. Jager-verzamelaars (paleolithische voorgangers van onze Swifterbantman) verkregen hun vitamine D voornamelijk uit een dieet van vlees en vis, waardoor een lichte huid biologisch gezien nog niet noodzakelijk was.
De overgang naar een sedentaire levenswijze met landbouw bracht een eenzijdiger dieet van hoofdzakelijk granen met zich mee, waardoor een vitamine D-tekort ontstond. Hierdoor zouden de genetische varianten voor een lichtere huidskleur noodgedwongen dominant zijn geworden; een lichte pigmentatie maakt immers sneller vitamine D aan onder invloed van zonlicht.
Britse ruzie
De herziene reconstructie van de Swifterbantman volgde internationale voorbeelden, zoals de Britse Cheddar Man en de befaamde, in 1991 ontdekte neolithische ijsmummie Ötzi, bij wie DNA-analyses eveneens een donkerder uiterlijk opleverden dan eerder was verondersteld. Maar juist de Cheddar Man had voor een archeologische en museale rel gezorgd.
Het skelet van deze in zijn twintiger jaren overleden jager-verzamelaar is in 1903 gevonden in een grot in Cheddar Gorge, Somerset; hij leefde ruim tienduizend jaar geleden. In 2018 werd ‘ontdekt’ dat hij een donkere tot zwarte huidskleur moest hebben gehad, met blauwgroene ogen en krullend haar.
Onmiddellijk barstte de kritiek los op de wijze waarop de nieuwe onderzoeksresultaten werden gepresenteerd. Genetici nuanceerden de nieuwe, radicale kleurclaim en het aplomb waarmee deze wereldkundig was gemaakt. Er was nu eenmaal gewerkt met zwaar beschadigd oud DNA, waarin cruciale genetische markers ontbraken.
Politisering
De veronderstellingen werden niettemin ingezet als politiek geladen publiciteitsstunt. ‘De eerste moderne Britten hadden een donkere tot zwarte huid’, toeterde de Britse pers en het Natural History Museum in Londen liet een gezichtsreconstructie met zeer donkere huidskleur maken door de Nederlandse tweelingbroers Alfons en Adrie Kennis (Kennis & Kennis Reconstructions).
De Nederlandse pers kon natuurlijk niet achterblijven. Zo kopte de Volkskrant in maart 2023 boven een artikel van wetenschapsredacteur Maarten Keulemans over mesolithische jager-verzamelaars in Doggerland (nu de zuidelijke Noordzee) uit ca. 9000-6000 v.Chr.: ‘Eerste moderne mens op Nederlandse bodem had zwarte huidskleur en blauwe ogen.’ De bevindingen waren gebaseerd op analyse van acht stukjes bijeengesprokkeld bot.
Een belangrijk computermodel voor het bepalen van prehistorische huidskleur is HIrisPlex-S. Een van de belangrijkste ontwikkelaars, Susan Walsh, verklaarde over de Cheddar Man: ‘Het is geen absolute zekerheid. Hij had misschien geen donkere huid. We kunnen het nog niet zeker weten.’ De mogelijkheid bestond zelfs dat er uitgestorven genetische varianten in het spel waren geweest die de huid juist lichter maakten, maar die de techniek niet op het spoor kon komen.
Geen Nederlands bewijs
Wat in Engeland gold, geldt nog sterker voor de Nederlandse voorbeelden. Bewijs ontbreekt. Aan de skeletresten van de Swifterbantman kon geen bruikbaar DNA worden onttrokken, zijn nieuwe ‘pigmentatie’ was gebaseerd op DNA-onderzoek naar andere populaties uit dezelfde periode elders in Europa.
Van de Nederlandse hunebedbouwers zijn helemaal geen DNA-gegevens voorhanden. We hebben vrijwel geen skeletmateriaal van hen. Een in 2015 opgegraven Trechterbekergrafveld in Oosterdalfsen leverde vooral grafsporen en lichaamscontouren op; ook hier geen succesvolle DNA-analyse van menselijke resten. Alle conclusies over het ‘kleurtje’ van onze hunebedbouwers is gebaseerd op onderzoek van skeletresten uit TRB-populaties in Duitsland, Denemarken en Zweden.
Lokale variatie
De ‘nieuwe’ pigmentatie van onze verre voorzaten is dus hoogstens gebaseerd op statistische waarschijnlijkheid. Het is een hypothese, een model. Het gaat niet om bewezen feiten, ook al omdat de TRB- migranten zich met lokale, mogelijk sterk verschillende gemeenschappen moeten hebben vermengd, hetgeen een andere genetische mix zal hebben opgeleverd dan die van hun cultuurgenoten elders. Lokale variatie, geen eenheidsworst.
Daarbij blijft volgens genetici het projecteren van exacte huid- of haartinten op basis van prehistorisch DNA een heikele zaak. Genetische varianten als SLC24A5 en SLC45A2, die duiden op een lichte huidskleur, ontbreken weliswaar vaak bij Noordwest-Europese jager-verzamelaars (niet bij allemaal), maar dat betekent niet automatisch dat deze mensen een (zeer) donkere huid hadden.
Zelfs het bezit van genen voor een donkere huidskleur biedt geen garantie dat de steentijdmensen hetzelfde waren gepigmenteerd als moderne populaties met deze genen. Huidskleur is een resultaat van tientallen genen en omgevingsfactoren als zonlicht.
Vroegere aannames over het uiterlijk van de steentijdmens in onze contreien (blank en blond) waren uiteraard ook gebaseerd op projectie en vatbaar voor politieke manipulatie. Zo is de Trechterbekercultuur door de nazi’s misbruikt voor hun Arisch-raciale ideologie.
De simplificaties van de huidige stand van het onderzoek dienen eveneens een onzuiver, politiek-correct doel. Ze kunnen niet los worden gezien van het woke-offensief waarmee het educatorenlegioen onze culturele instellingen nu al jaren teistert, met zijn in de media breed uitgemeten tunnelvisie op inclusiviteit en ‘kleur’, en (pre)historische hyperkritiek op alles wat het Westen betreft. De grens met geschiedvervalsing wordt door dit genus niet zelden overschreden: de onbekookte beschuldiging van slavenhandel aan het adres van Michiel de Ruyter is maar één voorbeeld.
Spiegel
Dat historische, archeologische en cultureel-antropologische opvattingen vooral de mores spiegelen van de tijd waarin ze worden ontwikkeld, is een open deur. De eeuwige oogkleppen van het heden zullen ervoor zorgen dat ook de fanatieke kleurhype voorbij zal gaan. Het bijkleuren van de prehistorie op basis van nieuwe inzichten is intussen prima. Maar toch liever met het penseel dan met de bezem.
Wynia’s Week brengt broodnodige, onafhankelijke berichtgeving: drie keer per week, 156 keer per jaar, met artikelen en columns, video’s en podcasts. Onze donateurs maken dat mogelijk. Doet u (weer) mee? Hartelijk dank!



