Nederland lijdt aan een slechte oppositie die niks beters weet te verzinnen dan de Europese Commissie meer macht te geven

Je moet kinderen geen lucifers geven en zeker geen mes. Daar komen ongelukken van. Analoog moet je de Europese Unie geen leger geven. De EU is daar politiek nog niet volwassen genoeg voor.
Zo wordt de EU bestuurd door een commissie met voor iedere lidstaat één lid. De EU heeft een ietwat corrupt parlement en twee presidenten. Eén die de commissie voorzit (Ursula) en één die de vergadering van regeringsleiders voorzit (iemand wiens naam u zich even niet herinnert). De EU kan nog niet met geld omgaan. De Rekenkamer meldt jaar in jaar uit dat de uitgaven weer ongecontroleerd waren. De EU gaat niet over het buitenlands beleid of het defensiebeleid van de lidstaten.
Zo’n organisatie moet je geen leger geven. Zo’n organisatie moet je eerst opvoeden. Dat doe je niet alleen met verbeteringen in regels en verdragen. De EU ontbeert ook het belangrijkste dat iedere democratie voor zijn karaktervorming nodig heeft: een goede oppositie.
De keuze van Japan
Toen de Japanners in 1868 hun feodale maatschappij wilden ombouwen tot een moderne staat stuurden ze om te kijken hoe dat moest delegaties naar de Verenigde Staten en Europa. Dit mede op aanraden van de Nederlandse zendeling Guido Verbeck die had verteld hoe tsaar Peter de Grote in 1697 in Zaandam was komen kijken.
Bij een bezoek aan het Britse Lagerhuis ging het bijna mis. Toen de leden van de Japanse delegatie daar aan iedereen werden voorgesteld, schuifelden ze bij de introductie: ‘en dit is de leider van de oppositie’ angstvallig opzij in de verwachting dat deze schurk onmiddellijk in de boeien geslagen dan wel onthoofd zou worden. Dat deden ze thuis immers met de oppositie. Uitleg hielp maar was niet overtuigend. Uiteindelijk koos Japan niet voor het Britse politieke model maar voor het Pruisische, waarin oppositie mogelijk doch tandeloos was.
Hoe belangrijk een goede oppositie is, wordt ook nu nog dikwijls vergeten. Met name bij de verslaggeving rond Gaza valt dit op. Nooit komt voor de camera’s van de NOS een lid van de oppositie tegen de regering aldaar aan het woord. Terwijl er toch gegronde redenen bestaan om oppositie te voeren tegen de Hamas-regering in Gaza.
De Nederlandse regering doet immers ook veel dingen fout, en daar mopperen we dan terecht op, maar onze regering pleegt geen terreuraanslagen in buurlanden om een inval in eigen land uit te lokken en dan de eigen bevolking als menselijk schild te gebruiken. Zulk beleid zou hier zeker tot kritiek leiden.
Niet één dissidente Gazaan
Maar hoewel iedere Israëli die het oneens is met het beleid van de coalitieregering aldaar ruim baan krijgt om zijn opvattingen te uiten, is de Nederlandse omroep er de afgelopen anderhalf jaar (net als in de jaren voor de oorlog) niet in geslaagd één dissidente Gazaan voor de camera te krijgen.
Zelfs onder de vele Palestijnen in Nederland kunnen journalisten er niet één vinden die voor de eigen regering is gevlucht. Wat de vraag doet rijzen of de berichtgeving wel evenwichtig is en welke bronnen ‘de omroep van ons allemaal’ gebruikt voor zijn beelden uit Gaza.
Omgaan met de oppositie
De kunst van goede oppositie heeft na eeuwen oefenen zijn hoogste peil bereikt in het Verenigd Koninkrijk. Want Londen kent zowel His Majesty’s Government als His Majesty’s Opposition. Zover is de Nederlandse grondwet nog niet gekomen. Hier maakt de koning deel uit van de regering. Toch moeten ook de volksvertegenwoordigers van de oppositie trouw aan hem zweren alvorens ze hun ambt mogen bekleden.
Dat is niet logisch maar het kan erger. Helemaal onderaan de politieke beschavingsladder staan de Russische regering die oppositieleiders vergiftigt en vermoordt en de Chinese regering die oppositie bij wet verbiedt. Slechts één trede hoger staat de Turkse regering die onlangs een ‘Richard de Mosje’ deed met de leider van de oppositie. Net zoals de leider van de grootste politieke partij in Den Haag, werd die door middel van beschuldigingen van corruptie en deelname aan een criminele organisatie politiek uit de weg geruimd.
Daar weer iets boven staat Oekraïne. Dat de Amerikaanse president zijn Oekraïense collega uitmaakte voor dictator was te kort door de bocht, maar met deze steek boven water wees hij er wel op dat het maar de vraag is of de meerderheid van de Oekraïense bevolking door wil vechten tegen Rusland totdat al het land heroverd is, zoals de Oekraïense regering en de presidenten van de Europese Unie willen.
In Nederland zitten partijen afwisselend met elkaar in de regering. Dat maakt dat de oppositie nooit doorbijt. Als zich hier schandalen voordoen komt de doofpot altijd goed van pas. Want straks moet je misschien weer samen verder.
PvdA zit sinds 2017 in de oppositie
Hoe lang een partij er in Nederland over doet om van de oppositiebanken naar de regeringstafel te komen verschilt. D66 kwam in 1967 met zeven zetels de Tweede Kamer binnen, wilde de bestuurlijke cultuur van Nederland veranderen, mocht (desondanks) in 1973 al meeregeren, zit sindsdien de helft van de tijd in het kabinet en wil de bestuurlijke cultuur nu houden zoals die is.
De PvdA heeft 45 jaar moeten wachten. Op 10 augustus 1939 mochten de sociaaldemocraten (toen nog onder de naam SDAP, opgericht in 1894) voor het eerst deelnemen aan het kabinet. Maar niet lang. Het jaar daarop vielen de Duitsers binnen en op 13 mei 1940 vond de laatste ministerraad in Nederland plaats; in Hoek van Holland. Het staatshoofd was toen al naar Engeland vertrokken. In 1946 was ook de PvdA weer terug. Sinds 2017 zit ze echter in de oppositie en dat begint te schuren.
GroenLinks is de oppositie zat
Hoewel de SP, sinds 1994 in de Tweede Kamer vertegenwoordigd, al ruim dertig jaar in de oppositiebanken zit, lijkt dat de gestaalde kaders daar niet te deren. GroenLinks daarentegen, sinds de val van de Berlijnse muur in 1989 in de Tweede Kamer vertegenwoordigd, is het wachten duidelijk zat. Die partij heeft inmiddels vele bestuurlijke functies verworven en heeft bij herhaling diep gebogen om deel te mogen nemen: van het ‘Kunduz-akkoord’ dat in 2012 het eerste kabinet-Rutte redde tot het op verzoek van Mark Rutte samengaan met de PvdA.
Maar nog steeds is het pluche niet bereikt. Welhaast wanhopig herhaalt nestor Paul Rosenmöller dan ook dat zijn partij een ‘middenpartij’ is, onderdeel van ‘het gematigde midden’ oftewel van de tot regeren bekwamen. De anderen; die zijn ‘extreem’. Waarschijnlijk daarom steekt het GroenLinksen zo dat de PVV die (pas) negentien jaar in de Tweede Kamer zit, vorig jaar wél in de regering is gekomen. En dat samen met nieuwkomers BBB en NSC.
We zitten opgescheept met een nieuwbakken regering die moet omgaan met een oppositie vol oude rotten. Dat is aan beide kanten wennen. Ministers onderhouden geen contact en leden van de oppositie lopen dan maar op straat mee met de nep-oppositie.
Niet verder dan de Japanners voor 1868
Van nep-oppositie spreken we als mensen tegen iets zijn waar niemand voorstander van is. Zo kan ik me niet heugen ooit iemand vóór racisme of fascisme te hebben horen pleiten. Toch wordt er jaarlijks een demonstratie georganiseerd tegen racisme en fascisme. Daar schaarden zich dit jaar ook mensen bij die hun steun wilden betuigen aan de oppositie-loze regering van Gaza. Al die mensen zijn politiek niet verder ontwikkeld dan de Japanners van vóór 1868.
Nederland lijdt aan een slechte oppositie. Eén die wacht tot ze weer aan de beurt is en intussen niets beters weet te verzinnen dan geld te lenen om Franse en Duitse wapens te kopen en de Europese Commissie meer macht te geven.
Paul Frentrop was achtereenvolgens journalist, bankier, ondernemer, pensioenbeheerder, hoogleraar en lid van de Eerste Kamer.
Wynia’s Week verschijnt drie keer per week, 156 keer per jaar, met even onafhankelijke als broodnodige artikelen en columns, video’s en podcasts. U maakt dat samen met de andere donateurs mogelijk. Doet u weer mee, ook in 2025? Kijk HIER. Hartelijk dank!