Maarten van Andel: De politici die ons klimaatbeleid bedenken, weten vaak niet waar ze het over hebben

We vinden het wenselijk en normaal dat economiebeleid in belangrijke mate wordt bepaald door economen, en justitiebeleid door juristen. Het energiebeleid wordt echter niet in belangrijke mate bepaald door fysici en chemici met natuurwetenschappelijke kennis van energie. Economen, juristen en bestuurskundigen hebben bepaald dat bomen verbranden CO2-neutraal is, terwijl natuurwetenschappers ondubbelzinnig aantonen dat dat niet zo. Politici hebben bepaald dat waterstof een energiebron is die CO2 bespaart, terwijl natuurwetenschappers aangeven dat het een inefficiënte energiedrager is die geen CO2 bespaart.
Deze inhoudelijk ondeskundige wijze van beleid maken, leidt tot allerlei contraproductieve, onbetaalbare en onhoudbare maatregelen zoals een aardgasverbod, biomassaverbranding, voortijdige sluiting van kolencentrales, overbelasting van het elektriciteitsnet en een Duitse Atomausstieg. De ene na de andere maatregel wordt in de loop van vele jaren schoorvoetend teruggedraaid, en het is te hopen dat een nieuwe Duitse regering de onzalige sluiting van al hun kerncentrales ook terugdraait. Daarmee zouden ze hun CO2-uitstoot per inwoner – die nu veruit de hoogste van heel West-Europa is – verminderen, en tevens hun kwakkelende industrie versterken.
Iemand die niet weet hoeveel CO2 er in de atmosfeer zit, behoort niet in een klimaatcommissie te zitten. Iemand die niet weet wat het verschil is tussen vermogen en energie, en tussen een kilowatt en een kilowattuur, behoort geen zeggenschap te hebben in het klimaatbeleid. Iemand die niet weet wat de capaciteitsfactor van een windmolen en een zonnepaneel is, verdient geen plaats aan een klimaattafel. Iemand die niet weet dat elektriciteit en waterstof geen energiebronnen maar energiedragers zijn, en niet weet hoeveel energie er verloren gaat bij het maken van deze energiedragers, behoort geen invloed te hebben op het energiebeleid.
Eigen inhoudelijke kennis
Beleidsbepalers hebben adviseurs, maar dat is niet voldoende als ze zelf de vele adviezen niet kunnen duiden en afwegen. Het is waar dat beleidsbepalers niet alles zelf kunnen weten, maar bij een wereldwijd dominant thema als klimaat- en energiebeleid zouden de verantwoordelijke ambtenaren, bestuurders, volksvertegenwoordigers en bewindslieden wel degelijk de nodige natuurkundige en scheikundige basiskennis kunnen en moeten hebben.
Een dergelijke ‘energiegeletterdheid’ is niet zo ingewikkeld. Het vergt twee maandjes deskundige natuurwetenschappelijke voorlichting en huiswerk in de relevante natuur- en scheikunde. Ik vind het zorgelijk dat veel publieke beleidsbepalers kennelijk niet de moeite nemen om die twee maandjes voorlichting en huiswerk tot zich te nemen alvorens aan de energieknoppen te gaan draaien.
Ik heb hoge klimaatcommissieleden zien schutteren over de simpele vraag hoeveel CO2 er in de atmosfeer zit. Sommigen zaten er meer dan een factor 100 naast. Dat is alsof een beleidsmaker voor mobiliteit in het openbaar suggereert dat de afstand Eindhoven – Utrecht 10.000 kilometer is: een onaanvaardbaar gebrek aan basiskennis. De natuurkundige ondeskundigheid druipt van de vele interviews en beleidsmaatregelen over energie af. Het is cruciaal dat die kennelijk onbewuste ondeskundigheid verandert in bewuste ondeskundigheid.
Natuurwetenschappelijke energieondeskundigheid is op zichzelf geenszins beschamend of zorgelijk. Dat wordt het pas als die ondeskundigheid onbewust is en leidt tot zelfoverschatting. Zodra ondeskundigheid bewust wordt ontstaat bescheidenheid, nieuwsgierigheid en leergierigheid. Dat stimuleert een ontwikkeling naar bewuste deskundigheid, naar energiegeletterdheid. Onbewuste ondeskundigheid blijkt met name op te treden bij mensen die te weinig van een onderwerp weten om te beseffen dat ze weinig weten, om te overzien hoeveel meer er nog te weten valt. Een overzichtelijke hoeveelheid basiskennis helpt om dat inzicht wel te verwerven, en bewust te worden van de kennis die nog niet beheerst wordt.
Te veel zelfvertrouwen
Dit verschijnsel is uitgebreid onderzocht en beschreven door de Britse filosoof Bertrand Russell, en door de Amerikaanse hoogleraren psychologie David Dunning en Justin Kruger. De bekende Dunning-Kruger curve beschrijft het verband tussen iemands competentie en diens zelfverzekerdheid op een bepaald terrein:

Iemand die niet al teveel van iets weet, heeft de neiging om zijn of haar expertise te overschatten, omdat het inzicht in het hele onderwerp ontbreekt. Naarmate iemand meer te weten komt groeit dat inzicht, en wordt die persoon bescheidener en minder zelfverzekerd. Bij verder toenemende expertise neemt ook het zelfvertrouwen weer toe, omdat de persoon zich nu bewust is van de eigen kennis en hiaten. Het zelfvertrouwen van de betrekkelijk onwetende komt zelden helemaal terug, omdat expertise meestal leidt tot een zekere nuance en twijfel.
Veel publieke bestuurders en beleidsmakers bevinden zich zonder het te beseffen rond de top aan de linkerkant van de Dunning-Kruger curve. Dat maak ik op uit de schaamteloze natuurkundige onzin in het publieke energiedebat, en het wordt beaamd door wethouders en parlementariërs die ik hierover heb gesproken. Dat laatste is goed nieuws, want het betekent dat er wel degelijk geachte bestuurders en volksvertegenwoordigers zijn met voldoende natuurwetenschappelijke energiegeletterdheid om energieongeletterdheid bij collega’s te onderkennen.
Natuurwetenschappelijke energieongeletterdheid is nogmaals helemaal geen probleem of schande, zolang een energieongeletterde maar geen significante invloed kan uitoefenen op het energiebeleid. Net zomin als dat een juridisch ongeletterde natuurwetenschapper een significante invloed zou moeten uitoefenen op het justitiebeleid. Iedereen kan een mening hebben over energie- en justitiebeleid, maar meningen zeggen weinig over wat verstandig en effectief is.
Ik vind het raadselachtig dat energieongeletterden in onze door feiten en getallen gedreven democratie zelfs een doorslaggevende invloed kunnen hebben op energie- en klimaatbeleid. Die Grünen konden in Duitsland alle kerncentrales sluiten, terwijl de hoeveelheid fossiele brandstof en CO2 daardoor aantoonbaar toeneemt. Frans Timmermans kon als EU-commissaris biomassa doordrukken, terwijl de hele Europese wetenschap aangeeft dat dat niet duurzaam is en geen CO2 bespaart. Klimaatminister Sophie Hermans kan, net als haar voorganger Rob Jetten, elektriciteit en waterstof subsidiëren, terwijl dat helemaal geen energiebronnen zijn, maar slechts inefficiënte energiedragers. Tegelijkertijd schaft het kabinet de maximumsnelheid overdag van 100 kilometer per uur af, terwijl dat juist een goedkope en effectieve manier is om CO2 en fossiele brandstoffen te besparen.
Tijd voor meer energiegeletterdheid
Het is tijd voor het structureel vergroten van de energiegeletterdheid van invloedrijke bestuurders en beleidsbepalers. Daarmee kunnen ze betere afwegingen maken, vrij van politieke of commerciële belangen. Daarmee kunnen ze mooie verhalen van commerciële lobbyisten zoals autofabrikanten, energiemaatschappijen, windmolenproducenten, warmtepompinstallateurs en laadpaalbedrijven doorprikken. Daarmee kunnen ze kortom energiebeleid maken dat met veel minder geld veel meer effect sorteert.
Maarten van Andel is chemicus en publiceerde in 2023 Kies Wijzer Klimaat. Praktische gids voor consument en kiezer. Dit verhelderende boek verscheen bij Uitgeverij Blauwburgwal, kost €17,50 en is overal verkrijgbaar, ook in de winkel van Wynia’s Week.
Wynia’s Week verschijnt drie keer per week, 156 keer per jaar, met even onafhankelijke als broodnodige artikelen en columns, video’s en podcasts. U maakt dat samen met de andere donateurs mogelijk. Doet u mee, ook in 2025? Kijk HIER. Hartelijk dank!