Laat die nieuwe partij van Ronald Plasterk en Rob Oudkerk er maar snel komen. Er is al een ideale naam

Bonafide sociaaldemocraten die niets zien in een fusie van de PvdA met GroenLinks dreigen voor zichzelf te beginnen. Maar hoe moet de nieuwe partij gaan heten?
Het gaat wat ver om te beweren dat de Nederlandse sociaaldemocratie anderhalve eeuw geleden werd geboren onder een slecht gesternte. Maar een merkwaardige start was het wel.
In de meeste West-Europese landen was de sociaaldemocratie een beweging die vooral wortel schoot in grote steden, onder fabrieksarbeiders in verkrotte volksbuurten. Maar niet in Nederland. De industriële revolutie kwam hier pas laat op gang en mede daardoor lag het zwaartepunt van de ‘rooien’ op het platteland, in Friesland en Groningen, bij verbitterde land- en veenarbeiders.
Kamerdebuut dankzij Friesland
Niet toevallig woonde in 1886 maar liefst de helft van de circa 6000 leden van de prille Sociaal-Democratische Bond (SDB) in het hoge noorden. En toen twee jaar later in de persoon van Ferdinand Domela Nieuwenhuis voor het eerst een sociaaldemocraat de Tweede Kamer betrad, was dat – Nederland kende nog een districtenstelsel – niet dankzij de kiezers in Amsterdam, Rotterdam of Den Haag, maar dankzij de achterban in het Friese kiesdistrict Schoterland.
Domela Nieuwenhuis, een voormalig Luthers predikant, had het op Binnenhof maar matig naar zijn zin en kwam gaandeweg tot het anarchistische inzicht dat parlementaire arbeid nutteloos was. Ook de SDB trok in 1893 die conclusie en koos ervoor om niet langer mee te doen aan verkiezingen. Het leidde tot een schisma: rechtgeaarde sociaaldemocraten besloten voor zichzelf te beginnen, als Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP).
De geschiedenis nam vervolgens opnieuw een eigenaardige loop. Want terwijl sociaaldemocraten al snel overal in Europa regeringsverantwoordelijkheid kregen te dragen, duurde het in Nederland tot 1939 voor er twee SDAP-ministers aantraden.
Na de Duitse bezetting ging de SDAP verder als Partij van de Arbeid. Onder leiding van Willem Drees, boegbeeld van fatsoen, zelfbeheersing en daadkracht, zaten de sociaaldemocraten tussen 1946 en 1958 permanent in de regering en werd de PvdA ’s lands grootste partij.
Tegen de NAVO, voor de DDR
Maar in de tweede helft van de jaren zestig ontstond wederom gedonder. De PvdA raakte in de greep van Nieuw Links: jonge intellectuelen die onder meer pleitten voor een kritische heroverweging van het Nederlandse NAVO-lidmaatschap en de ‘onvoorwaardelijke erkenning’ van het DDR-regime en de communistische guerrillastrijders in Zuid-Vietnam.
Een reactie kon niet uitblijven. Net als 75 jaar eerder besloten waarachtige sociaaldemocraten voor zichzelf te beginnen. Resultaat: Democratisch Socialisten ’70 (DS’70), met Willem Drees junior als lijsttrekker. Zijn legendarische vader bleef na zijn vertrek bij de PvdA – in 1971 – partijloos, maar steunde DS’70 wel met forse giften.

Na een veelbelovende start met acht Tweede Kamerzetels en twee ministersposten in het eerste kabinet van Barend Biesheuvel (1971-1972), raakte DS’70 in het ongerede. In 1981 verdween de partij uit de Tweede Kamer, twee jaar later volgde het opheffingscongres.
Nieuwe herstart
Veertig jaar later, in 2023, was er bij de Tweede Kamerverkiezingen voor het eerst sinds de dagen van Domela Nieuwenhuis geen eigen sociaaldemocratische lijst. De steeds hechter wordende samenwerking met GroenLinks is – daar twijfelt bijna niemand nog aan – de opmaat naar het verdwijnen van de PvdA. Zou dat voor bonafide sociaaldemocraten niet opnieuw aanleiding moeten zijn om een herstart te maken?
In kringen van ‘Rood Vooruit!’, dat zichzelf presenteert als ‘platform voor meningsvorming en discussie over de sociaaldemocratie’, wordt steeds nadrukkelijker met die gedachte gespeeld. Laten we dus ook alvast maar gaan nadenken over hoe de nieuwe partij moet gaan heten. Wat zou een goeie naam kunnen zijn?
Misschien is ‘DS’70’ wel de beste optie. De partij verdient een tweede leven. Toen Drees junior in 1998 overleed, werd alom vastgesteld dat hij eigenlijk voortdurend gelijk had gehad. Ondoorzichtige overheidsfinanciën, subsidieuitwassen, fraude met uitkeringen, malafide onderwijsvernieuwingen, gezinshereniging van buitenlandse werknemers, ontwikkelingshulp voor terreurregimes – al die malle verschijnselen werden vijftig jaar geleden door DS’70 gehekeld toen niemand anders dat nog deed.
Tjokvol Nederland
In 1974 – van Frits Bolkestein had nog niemand gehoord en Pim Fortuyn sympathiseerde nog met de CPN – presenteerde de Tweede Kamerfractie van DS’70 zelfs een rapport met de titel Nederland mag geen immigratieland worden. Dat de partij als toevluchtsoord fungeerde voor joodse sociaaldemocraten die zich ergerden aan de afnemende steun voor Israël binnen de PvdA, lijkt in 2025 evenmin van relevantie ontbloot. ‘Wij vinden dat Nederland tjokvol is, dat u veilig over straat moet kunnen lopen en dat er in het onderwijs meer geleerd en minder gedebatteerd moet worden,’ stond in 1981 te lezen in de DS’70-verkiezingsfolders. Die kunnen zo worden herdrukt.
Rob Oudkerk, Ronald Plasterk, René Cuperus, Paul Scheffer, Lutz Jacobi, Hans Spekman, Gerdi Verbeet – waar zouden ze nog op wachten?
Roelof Bouwman is columnist en adjunct-hoofdredacteur van Wynia’s Week. Hij schrijft over politiek, geschiedenis en media.
Wynia’s Week verschijnt drie keer per week, 156 keer per jaar, met even onafhankelijke als broodnodige artikelen en columns, video’s en podcasts. De groei en bloei van Wynia’s Week is te danken aan de donateurs. Doet u al mee? Doneren kan op verschillende manieren. Kijk HIER. Hartelijk dank!