Door het werkelijke aantal coronadoden te verzwijgen proberen regeringen hun beleid als effectiever voor te stellen dan het was   

wansink
Cover van het besproken boek met portret van de auteur. Beeld: illinois.edu.

Eindelijk is er een handzaam overzicht van de impact die de coronacrisis in 2020 wereldwijd teweegbracht. De Amerikaanse socioloog Eric Klinenberg onderzocht de verschillen in aanpak van de pandemie en maakte portretten van betrokkenen in de stad die het zwaarst werd getroffen: New York.

Het is waarschijnlijk niet meer te achterhalen wanneer precies het nieuwe coronavirus SARS-CoV-2 op de menselijke bevolking oversloeg en wanneer de eerste persoon ziek werd. In elk geval werd in december 2019 in en rond de Chinese stad Wuhan bij enkele tientallen mensen een onbekend soort longontsteking vastgesteld. De besmettingshaard zou de Huanan Seafood Wholesale Market zijn, een markt waar vissen en andere levende dieren werden verhandeld.

Geen reisbeperkingen

Het virus kon zich enkele weken ongehinderd verspreiden omdat de Chinese autoriteiten artsen verboden zonder toestemming informatie over het virus openbaar te maken. De Chinese regering lichtte uiteindelijk op 31 december de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in over een cluster van gevallen van longontsteking. De WHO zag er geen reden in om reisbeperkingen van en naar China af te kondigen.

Op 1 januari 2020 sloten lokale autoriteiten de markt vanwege zorgen dat het virus van dieren op mensen werd overgedragen. Op 11 januari bevestigden zij het eerste dodelijke slachtoffer van het virus, een man van 61 die de Huanan-markt regelmatig had bezocht. Chinese wetenschappers publiceerden op dezelfde dag de genetische sequentie van COVID-19. Het virus leek op de virussen die in 2003 een uitbraak van SARS hadden veroorzaakt. Gedurende januari 2020 doken overal in de wereld mensen op die in Wuhan met het coronavirus besmet bleken te zijn.

Het onderscheidende element in de reactie van de wereld op COVID-19 was volgens Klinenberg de prioriteit van het redden van levens boven alle andere overwegingen. Voor het eerst in de geschiedenis vroegen overheden in alle uithoeken van de wereld aan burgers om buitengewone persoonlijke offers te brengen om mensen in hun omgeving te beschermen.

Het begon met het gedeeltelijk buiten werking stellen van individuele vrijheden: bewegingsvrijheid, vrijheid van samenscholen, van protesteren, soms van meningsuiting; het recht op onderwijs, op werk, op intiem contact met stervende dierbaren en op het eren van de doden met een fatsoenlijke begrafenis.

Ongekende machtsuitoefening

Vervolgens werd een groot deel van het economische en culturele leven tijdelijk stilgezet. Ondernemingen gingen eraan onderdoor, mensen raakten werkloos en de staatsschulden schoten omhoog. Cafés, restaurants, musea, theaters, bioscopen, stadions en sportaccommodaties moesten hun deuren sluiten. Het stilleggen van het openbare leven was vooral voor jongeren een groot offer.

De legitimatie voor de ongekende machtsuitoefening door de overheid was de volksgezondheid – en dan vooral die van de oudsten en de meest kwetsbaren in de gemeenschap. Het volksgezondheidsbeleid zelf was de uitkomst van een krachtmeting tussen enerzijds wetenschappers en artsen die zich baseerden op epidemiologisch onderzoek en anderzijds politici die ook met andere factoren rekening hielden: de economie, internationale betrekkingen, lobbyende belangengroepen en hun eigen kiezers.

Taiwan en Australië traden streng op

In zijn overzicht van de eerste reacties op het coronavirus constateert Eric Klinenberg grote verschillen. Mede door ervaringen met een SARS-epidemie in 2003 was Taiwan heel snel met het instellen van reisbeperkingen, lockdowns en de productie van tests en mondkapjes. Het aantal coronadoden per honderdduizend inwoners was in Taiwan een vijfde van dat in de Verenigde Staten.

Ook Australië bleek alert en trad streng op. Het land werd voor buitenlanders zo goed als afgesloten. Politieke verschillen werden terzijde geschoven en onder deskundigen bestond eensgezindheid over het te voeren beleid. Het resultaat was dat het grote vertrouwen dat de Australiërs al hadden in hun zorgstelsel nog toenam.

Boris Johnson gokte op groepsimmuniteit

Het strengste beleid werd door China gevoerd; het hele land moest langdurig in quarantaine. China klopte zich op de borst over het succes van deze sociale isolatie, maar in de loop van 2021 laaide het protest onder de bevolking hoog op. De overheid reageerde hierop met het opheffen van de beperkingen, waardoor het virus alsnog in 2022 vele slachtoffers maakte. De vaccinatie bleek niet op orde.

Minder serieus werd het virus genomen door premier Boris Johnson in het Verenigd Koninkrijk en door president Donald Trump in de Verenigde Staten. Johnson gokte op ‘groepsimmuniteit’ door het virus wekenlang onbelemmerd te laten rondgaan. Het was een door de oppositie en door experts fel aangevochten gok, die desastreus uitpakte. Eind april was het Verenigd Koninkrijk op Italië na (dat veel minder tijd had gehad zich op het virus voor te bereiden) de meest dodelijke plaats van Europa.

Trump werd afgerekend op falend coronabeleid

President Trump maakte zich privé wel degelijk grote zorgen, maar wilde in het openbaar geen paniek zaaien. Hij bezwoer het Amerikaanse volk dat het virus in april, met het stijgen van de temperatuur, vanzelf zou verdwijnen. Eind februari had China de capaciteit om 1,6 miljoen tests per week uit te voeren. Zuid-Korea had inmiddels 65.000 mensen getest. De Verenigde Staten kwamen niet verder dan 459 tests.

Een maand later waren er nog steeds te weinig tests, maar genoeg om vast te stellen dat de VS het hoogste aantal besmette personen ter wereld telde. Intussen verklaarde Trump dat hij zich niet zou houden aan het advies van de experts om een mondkapje te dragen. De president was ook een fel tegenstander van het stemmen per post. Tientallen miljoenen Amerikanen zouden gebruik maken van deze coronaveilige mogelijkheid om deel te nemen aan de presidentsverkiezingen van 7 november 2020. De opkomst was met 155 miljoen kiezers de hoogste van de 21ste eeuw. De nederlaag van Donald Trump was in belangrijke mate een afrekening met zijn falende coronabeleid.

De gevaarlijkste plek in de westerse wereld zou New York blijken. De stad waar Eric Klinenberg woont en werkt was vanaf maart 2020 met honderd doden per dag het epicentrum van de pandemie. De rijken vluchtten de stad uit, in de arme wijken stapelden de lijken zich op en raakten de ziekenhuizen overstroomd met patiënten.

De zwarte New Yorkers hadden twee keer zoveel kans het slachtoffer van COVID te worden als de blanken. Ze waren oververtegenwoordigd in beroepen waarbij je een groot risico op besmetting had omdat je niet thuis mocht blijven. Sluiting van zwarte scholen betekende honger voor de leerlingen die aangewezen waren op schoolmaaltijden. Klinenberg maakt aannemelijk dat het lot van de zwarte bevolking tijdens corona een belangrijke factor was bij de massale deelname aan demonstraties van Black Lives Matter na de dood van George Floyd door toedoen van een politieagent op 25 mei 2020.

Veel meer doden dan gemeld

Het totaal aantal coronadoden in 2020 en 2021 dat regeringen wereldwijd rapporteerden bedroeg 5,94 miljoen. In werkelijkheid lag het veel hoger; de ‘oversterfte’ bedroeg in die twee jaren 18,2 miljoen. Vooral China, Brazilië, India, Mexico en de Verenigde Staten rapporteerden veel minder coronadoden dan er in werkelijkheid waren gevallen. Daarmee probeerden ze volgens Klinenberg het door hen gevoerde beleid effectiever voor te stellen dan het in werkelijkheid was.

Eric Klinenberg: 2020. One City, Seven People, and the Year Everything Changed, Knopf, 449 pagina’s, € 23,50.

Hans Wansink is historicus en journalist en publiceert over boeken in Wynia’s Week. Hij was redacteur van NRC Handelsblad, Intermediar en de Volkskrant.

Wynia’s Week verschijnt drie keer per week, 156 keer per jaar, met even onafhankelijke als broodnodige artikelen en columns, video’s en podcasts. U maakt dat samen met de andere donateurs mogelijk. Doet u weer mee, ook in 2025? Kijk HIER. Hartelijk dank!