Als wij de vrede willen bewaren, zal Europa de taal van militaire en economische macht moeten leren spreken

francken
De nieuwe Belgische minister van Defensie Theo Francken pleit voor een krachtiger defensie en een pragmatischer blik op internationale relaties. Foto: Belga Image/Doorbraak.be

Door Theo Francken*

VRT-journalist Jens Franssen en de Belgische generaal Marc Thys presenteerden vorige week in Antwerpen hun boek ‘Vrede in tijden van oorlog’. De nieuwe Belgische minister van Defensie Theo Francken (N-VA) hield een toespraak.

Vorige week gaf ik mijn ‘maiden speech’ als kersverse minister van Defensie voor onze generale staf in Evere. Eén van de belangrijkste punten die ik daarin maakte was dit: vanaf nu dient Defensie mondig te zijn over haar nut, noden en tekorten. De burger dient een duidelijk beeld te hebben van de militaire uitdagingen en gevaren waaraan Europa en België momenteel bloot staan. En hij moet weten welke inspanningen vereist zijn om ze het hoofd te bieden.

Dit boek levert een belangrijke bijdrage aan deze maatschappelijke bewustmaking. In bevattelijk taalgebruik, maar tegelijk ook gespekt met tal van feiten en veel eruditie, wordt de lezer ingewijd in alle aspecten van het militaire vak. De lezer leert de bedreigingen en veiligheidsrisico’s kennen, evenals de manier waarop Defensie deze poogt in te dammen.

Wie dit boek leest, beseft meteen: onze capaciteiten drastisch opschalen is een absolute must. Investeren in Defensie is geen luxe, maar een noodzakelijke voorwaarde om ook in de toekomst in  vrede en veiligheid te kunnen leven.

Sturend kader

De afgelopen decennia leefden wij in een gouden tijdperk van voortschrijdende liberalisering, globalisering en democratisering, met het internationaal recht als sturend kader, een tijdperk dat Francis Fukuyama in 1992 hoopvol aankondigde als ‘het einde van de geschiedenis’. Maar dat tijdperk is voorbij. Vandaag moeten België en Europa zich staande zien te houden in een andere wereld die veel gevaarlijker is: een wereld waarin revanchistische en revisionistische buitenlandse machten de naoorlogse internationale rechtsorde eenzijdig hebben opgezegd.

Dat doen zij met een duidelijke doelstelling voor ogen: het uitbreiden van hun macht over de landen in hun periferie. Zij willen daarvan de handelsrelaties dicteren en de militaire bondgenootschappen. Zij willen er de politiek zélf van dicteren. Zij willen, kortom, aan deze landen elke vorm van daadwerkelijke soevereiniteit ontzeggen. En daarbij verwachten zij van ons, de verzamelde liberale democratieën uit het Vrije Westen, dat wij hun ambities daarover respecteren. Zij eisen van ons dat wij hen opnieuw een eigen ‘invloedssfeer’ gunnen, die reikt tot ver buiten hun staatkundige grenzen.

In hun boek merken Jens Franssen en Mark Thys terecht op dat de wereld hiermee eigenlijk terugkeert naar de historische normaliteit, ook al komt deze nieuwe realiteit voor ons bevreemdend over. Er bestaat niet zoiets als een stabiel ‘status quo’ in internationale relaties, drukken zij ons op het hart.

Integendeel. Je hebt enerzijds de belangen van de gevestigde, dominerende macht. Die wil het status quo behouden, dat het zelf heeft geschapen. Maar daarnaast heb je ook de belangen en aspiraties van opkomende machten. Die willen dat status quo uitdagen, soms zelfs omverwerpen, om het te vervangen door hun eigen dominantie.

Onvermijdelijke conclusie

Hieruit trekken de auteurs een verontrustende maar onvermijdelijke historische conclusie. Ik citeer: ‘Het is een utopische aanname dat er een mondiale interesse bestaat in wereldvrede, die overeenstemt met het belang van elke individuele natie’. In een multipolaire wereldorde wil iedereen vrede, maar dan wel op de eigen voorwaarden. Dat impliceert dat er altijd naties bereid gevonden zullen worden om de vrede op de helling te zetten. Zeker als dat autocratische regimes betreffen. Zoals Lenin ooit zei: ‘Het bewaren van vrede op zich is een nietszeggend doel’.

Permanente geopolitieke competitie ligt dus in de natuur zelf van de wereldgeschiedenis. Het is er een tijdloos kenmerk van. Alleen was het Westen, en dan Europa in het bijzonder, deze tijdloze les vergeten. Al te lang, en al te makkelijk, hebben wij ons gewenteld in de gedachte dat we deze dynamiek permanent konden indammen en zelfs definitief uitschakelen. Dat zouden we doen door internationale relaties te ordenen via het kader van het internationale recht en de internationale instellingen. Een almaar verdergaande mondiale economische integratie zou de klus helemaal klaren. Elke gedachte aan een internationale oorlog zou daardoor absurd worden.

Die gedachte is een illusie gebleken. Zelfbegoocheling. Hoe nobel en lovenswaardig dat streven ook was. Want in plaats van het einde van de geschiedenis te beleven, zagen we met de Russische invasie van Oekraïne de terugkeer daarvan.

Catastrofale blunder

Terecht sparen beide auteurs daarom hun kritiek niet, aan het adres van de politieke leiders die de koers van Europa hebben bepaald na 1991. Het opsouperen van het vredesdividend, resulterend in een verregaande eenzijdige ontwapening van Europa, was een geostrategische blunder van catastrofale omvang. Hetzelfde geldt voor de gretigheid waarmee Europa zichzelf afhankelijk maakte van anderen. Van Rusland voor goedkope energie. Van de VS voor goedkope veiligheid. En van China voor goedkope producten. Terwijl afhankelijkheden Europa net kwetsbaar maken voor politieke chantage.

Deze politieke lichtzinnigheid kwam daarenboven niet uit de lucht gevallen, zo merken Jens Franssen en Marc Thys terecht op. Ze was het product van een algemene lichtzinnigheid in de Europese maatschappij en cultuur. Want niet alleen onze regeringsleiders hebben zich misrekend. Wij allemaal hebben ons misrekend. Hoe komt het dat wij zo makkelijk ervan uit gingen dat oorlog op het Europese continent voortaan onmogelijk was? Iets onvoorstelbaars? Iets uit het verleden? Uit documentaires, musea en geschiedenisboeken?

Hoogmoed en arrogantie

Door een combinatie van hoogmoed en arrogantie. Met de oprichting van de Verenigde Naties werd de verwachting geschapen van een maakbare en vredevolle wereld, een wereld waarvan we dachten dat die na de val van de Berlijnse Muur definitief was gevestigd. Dat was, in werkelijkheid, slechts onze hoogmoed die sprak. Hoogmoed dat we als westerse mens de hele wereld konden vormen naar ons evenbeeld.

In een hoofdstuk dat zowel frappant als confronterend is, wijzen beide auteurs erop dat deze westerse arrogantie tegelijk een vorm van naïviteit was. Precies daarom vormt ze een belangrijke bedreiging voor onze westerse samenleving. Onze naïviteit schuilt in de illusie dat iedereen denkt zoals wij. Onze arrogantie vertaalt zich in de vaststelling dat we vinden dat iedereen moet denken zoals ons.

Hoe moet het nu verder, vraag u zich af. Hoe kunnen België en Europa succesvol navigeren op de woelige zee van de hedendaagse multipolaire wereldorde? Of moeten we zeggen: ‘wereld-wanorde’? Want woelig is onze zee zeker. Het lijkt erop dat Europa niet lang meer zal kunnen genieten van de bescherming die de Verenigde Staten ons zo lang en zo genereus hebben geboden. En dat net op een moment waarop onze grote buur Rusland een steeds imperialistischer koers inslaat. Het Kremlin droomt vandaag openlijk van een herstel van zijn verloren gegane invloed over Oost-Europa.

Ook daarover hebben beide auteurs nagedacht. En ook hiervoor reiken zij in hun boek concrete denkpistes aan. Vooreerst moet Europa de gedachte van zich afschudden dat het macht kan uitoefenen met culturele invloed, humanitaire hulp en internationale samenwerking alleen. ‘Soft Power’ is inderdaad een belangrijk instrument, maar is op zich duidelijk onvoldoende. Daarenboven symboliseert ze voor velen in de niet-westerse wereld ons moraliserende opgestoken vingertje. In de volatiele wereld van vandaag heeft macht ook een ‘vuist’ nodig, vertellen Jens Franssen en Marc Thys ons.

Daarmee bedoelen zij macht gebaseerd op realisme over de geopolitieke situatie, gekoppeld aan militaire en economische kracht en de bereidheid om die zo nodig in te zetten. Europa zal onvermijdelijk deze taal van macht moeten leren spreken, als wij de vrede willen bewaren. Een autocratie als die van Poetin beschouwt zwakheid als provocatief. Naar de retoriek van zwakke spelers wordt door hem niet geluisterd. Je kunt namelijk maar geloofwaardig de-escaleren, als je ook geloofwaardig kunt escaleren. De gênante afwezigheid van Europa op de vredesbesprekingen tussen Rusland en de VS in Saudi-Arabië is daarvan een pijnlijke illustratie.

Mentale omslag

Deze taal van macht leren spreken zal voor Europa meer vergen dan een parate en goed uitgeruste krijgsmacht alleen. Dat maakt er een integraal en essentieel onderdeel van uit. Zeker. Maar het zal niet volstaan. Er zal ook een mentale omslag nodig zijn in de manier waarop wij kijken naar politiek en diplomatie.

Deze twee recepten samen, een krachtiger defensie en een pragmatischer blik op internationale relaties, zullen voor Europa cruciaal worden, indien wij in de toekomst een succesvolle vredesdiplomatie willen ontwikkelen.

U ziet: dit boek biedt voedsel voor de geest. Ik heb ervan gesmuld. Het zette me aan tot denken. Tot zelfkritiek ook. En ik ben er zeker van dat het boek dat ook met u zal doen. Daarom: koop het. Verslind het. En raad het aan uw vrienden aan. Dit is een prestatie waar beide auteurs apetrots mogen op zijn. Van harte proficiat daarom, beste Jens en beste Mark. Met Vrede in tijden van oorlog hebben jullie een bijdrage geleverd aan het publieke debat die onmisbaar is.

Jens Franssen en Marc Thys: Vrede in tijden van oorlog, Ertsberg (Antwerpen), 256 pagina’s, € 24,95.

De tekst van de toespraak van Theo Francken werd op 22 februari gepubliceerd op Doorbraak.be

Wynia’s Week verschijnt drie keer per week, 156 keer per jaar, met even onafhankelijke als broodnodige artikelen en columns, video’s en podcasts. U maakt dat samen met de andere donateurs mogelijk. Doet u weer mee, ook in 2025Kijk HIERHartelijk dank!