Peter Thiel, de machtige miljardair achter Trump, haat de bestaande orde even sterk als de gemiddelde Amerikaan

ww 2407
Peter Thiel. Beeld: static.news.bitcoin.com.

Het is een veilige voorspelling dat de naam ‘Peter Thiel’ in de aanloop naar de Amerikaanse verkiezingen wereldwijd nog miljoenen, misschien wel tientallen miljoenen keren gaat vallen. En zeker in de westerse pers zal zijn naam, alweer een veilige voorspelling, in meer dan negentig procent van de gevallen in een negatieve context worden gebruikt. Tot zover is er een treffende overeenkomst met die andere tech-miljardair, Elon Musk, met wie hij eind vorige eeuw het extreem succesvolle bedrijf PayPal oprichtte en tot wasdom bracht.

Musk en Thiel zijn samen ooit gelabeld als de ‘PayPal Mafia’, met dit verschil dat Thiel in zijn boeken, zijn lezingen en het rondstrooien van miljoenen dollars een soort ongeduld tentoonspreidt dat zich, meer dan bij Musk, vertaalt in politiek activisme (zo heeft hij enkele jaren terug de kersverse vice-presidentskandidaat J.D. Vance onder zijn hoede genomen).

Tegen de regeltjes

Thiels drive om zich met het ingewikkelde politieke bedrijf te bemoeien komt, grofweg, voort uit zijn ontembare vooruitgangsgeloof en de overtuiging dat regels en overheidsinstellingen die broodnodige vooruitgang vertragen; de overheid staat in zijn beleving voor de spreekwoordelijke ruis op de lijn.

Thiel is de ogenschijnlijk koudbloedige man die constateert dat hij en zijn kornuiten in Silicon Valley de staat Californië, dankzij hun superieure innovatiekracht, een krankzinnige hoeveelheid rijkdom hebben overhandigd. Om die rijkdom vervolgens tot zijn immense teleurstelling omgezet te zien worden in armzalige, slecht bestuurde binnensteden (denk aan San Francisco en LA) met matige ov- en onderwijssystemen, waar het zijns inziens overbetaalde ambtenarencorps voor verantwoordelijk is. Hier openbaart zich Thiels vermoedelijk belangrijkste motief om zich vierkant achter de Republikeinen en Trump te scharen: Donald is de anti regulation-kandidaat en de Grand Old Party is de anti regulation-partij.

Het grote publiek associeert Peter Thiel nog altijd met zijn wilde, libertaire dromen van enkele jaren terug, toen hij plannen maakte om zich met een select gezelschap van extreem getalenteerde innovators terug te trekken op een eiland in Frans Polynesië – en daarmee aan de zogenaamde wereldorde te ontsnappen. Die eilanddromen hebben lange tijd als bewijs gediend dat Thiel een halve gare zou zijn.

Maar als je Thiel wat langer bestudeert en door zijn optredens begint te beseffen dat hij allesbehalve een dromer is, eerder een maniakale nutsdenker die gruwt van verspilling en nodeloze stagnatie, ga je toch anders tegen zo’n eilandproject aankijken.

Geharnast anti-woke

Weliswaar dringen zich bij het woord ‘eiland’ allerlei beelden op van luxestranden, cocktails en eindeloze siësta’s, en regelmatig is de indruk gewekt dat Thiel het vooral goed wil regelen voor zichzelf en zijn kompanen, maar zelf zag hij het eiland als een doodserieuze poging om innovatie te versnellen. Zoals je een vacuümtunnel bouwt om er een trein des te harder, geheel zonder weerstand, doorheen te jagen. Inmiddels zijn de eilandplannen gesneefd; iets wat in de normale wereld wellicht tot schaamte zou leiden, maar bij de tech-elite onder het motto ‘no guts, no glory’ eerder tot aanbeveling strekt.  

Naast een obsessie met niet-gerealiseerde vooruitgang die aan overregulering te wijten zou zijn, heeft Thiel nog een ergernis die aan het obsessieve grenst en hem naar Trump leidt: woke. In zijn beroemdste boek Zero to one (‘notes on startups, or how to build the future’) geeft hij stapje voor stapje weer hoe je een winnend team van verschillende karakters en competenties samenstelt. Teams die niet alleen slim genoeg zijn om een dienst of product te bedenken dat de concurrentie voorbij steekt, maar zodanig voorbij steekt dat het in een klap – van ‘zero to one’ – een nieuwe realiteit creëert waarin je zelf, pats boem, de onaantastbare monopolist bent.

Safe space als intellectuele hel

Ook dit streven de markteconomie als het ware te slim af te zijn en niet in een eerlijke strijd met andere bedrijven succes af te dwingen, maar door uit het niets iets intellectueel superieurs te creëren waarbij de concurrentie voorgoed het nakijken heeft, is allesbehalve een sympathiek trekje. Alsof Thiel ten diepste, net als met zijn eiland, een antisociale ontsnappingskunstenaar wil zijn. En in monopolisten of bijna-monopolisten als Google, Meta, Amazon en Apple de nastrevenswaardige rolmodellen voor de toekomst ziet.  

Bijna overbodig te vermelden dat woke voor Thiel het tegendeel vertegenwoordigt van een knetterende, inspirerende, bevlogen, op vooruitgang gerichte samenleving. Voor hem is woke een doodsaaie en ideologisch gedreven gedachtegevangenis, een vorm van totaal conformisme die stuurt op de gewenste uitkomst, terwijl de basis van winnende teams achter succesvolle startups, in zijn ogen, nou juist is dat er geen vooraf bepaalde zekerheden of uitgangspunten zijn. En dat de intellectuele strijd tussen teamleden op geen enkele manier ideologisch gestuurd wordt. Voor hem is een safe space ongeveer hetzelfde als een intellectuele hel; een recept om een samenleving dood te laten bloeden.  

Wil je Thiel kunnen volgen in zijn steun aan Donald Trump dan is het essentieel te begrijpen dat zijn systeemkritiek zich niets meer aantrekt van gunstige groeicijfers, lage werkloosheid, beteugelde inflatie of andere economische indicatoren die aangevoerd worden als bewijs voor het vermeende succes van de Biden-regering. En dus ook niet meer van het politieke debat over die indicatoren.

In een interview met The Free Press laat Thiel merken dat het hem menens is. Hij beweert dat het ‘liberalisme zelf illiberaal’ is geworden, dat het ‘kapot’ is. En Thiel beaamt zich meer in de radicale school thuis te voelen die tot de oorzaken daarvan wil doordringen, dan in de oppervlakkige school die er vanuit gaat dat het systeem via hervormingen nog te repareren valt. Om de diepte van de systeemcrisis en ons valse gevoel van vooruitgang te illustreren zei Thiel onlangs: ‘We vertellen onszelf dat we vooruit gaan omdat oma tegenwoordig een iPhone heeft met een mooi, glad schermpje, maar ondertussen eet ze kattenvoer omdat de voedselprijzen omhoog zijn gegaan.’

Gehate poppenspeler

Hoewel er ogenschijnlijk een groot gat zit tussen de zich op hypermoderne vergaderlocaties afspelende high tech-werkelijkheid van Peter Thiel en het ongenoegen van de gemiddelde Amerikaan, vinden ze elkaar op een essentieel punt: afkeer van de bestaande orde. Waarbij Trump de taak toevalt op massabijeenkomsten die weerzin verder op te stoken en zijn running mate J.D. Vance, als beschermeling van Thiel en voormalige arbeidersjongen uit Ohio, lijkt ingehuurd de anti regulation-agenda verder uit te rollen.

Wat je ook van Peter Thiel denkt en hoeveel je ook nog over hem te weten zult komen, reken maar dat hij de komende maanden herinnerd zal worden aan een van zijn vele bijnamen, ‘de paria van Silicon Valley’. Zijn lijntjes naar Trump, Washington en big money zijn zo kort, dat de rol van geliefde dan wel gehate poppenspeler tijdens de aanstaande presidentsverkiezingen hem haast niet kan ontgaan.       

Hans van Willigenburg (1963) is journalist, schrijver, dichter en podcastmaker. Zijn laatste boek is de interviewbundel ‘Vrijheidsvuur’

WYNIA’S WEEK ligt iedere woensdag- en zaterdagmorgen bij u op de mat. De donateurs maken dat mogelijk. Wordt u ook donateur? Dat kan HIER. Hartelijk dank!